We zijn alweer drie maanden onderweg en zo ongeveer op de helft van onze reis. Als Azië fans wisten we van te voren dat we zouden genieten van Indonesië en dat is zeker uitgekomen. Met name het reizen door Flores en Timor was, hoewel zwaar, erg bijzonder.
De afgelopen 1,5 maand hebben we doorgebracht in Australië en Nieuw-Zeeland. Tja en wat vinden we daarvan? Beide landen zijn bijzonder geschikt om met kinderen te reizen. Campings hebben goede faciliteiten, een camper is perfect voor een gezin en we hebben nog nooit zoveel speeltuintjes gezien. Om elk zwembad staat een hek en in de national parks kan je meestal op een rolstoelvriendelijke (lees: buggy vriendelijke) manier de attractie binnen een paar honderd meter bereiken.
We komen dan ook veel meer gezinnen met kinderen tegen en de jongens zijn blij dat ze niet zoveel aandacht meer krijgen van mensen die aan hun blonde haren willen trekken. Ook kunnen ze nu wat vaker met andere kinderen spelen, zoals met Nikki en Evi uit Amsterdam (lekker makkelijk in het Nederlands..).
In Australië zijn de afstanden groot, maar we zijn achteraf toch blij dat we vanuit Darwin naar Ayers Rock zijn gereden. Dan krijg je pas echt een gevoel voor de immense leegte en grootte van het land. Dit deel van Australië vonden we ook echt wel ruig: tropische temperaturen (vaak ‘s ochtends om 7 uur al dik boven de 30 graden), heel veel vogels en andere dieren, weinig mensen.
Het gebied tussen Adelaide en Melbourne gaf ons een vakantie gevoel met aangename temperaturen en heerlijke wijn in de Barossa regio. De Great Ocean road viel een beetje tegen (met uitzondering natuurlijk van de helikopter rit boven de 12 apostelen); kan komen omdat het weer niet zo geweldig was, maar we vonden de route ook niet zo spectaculair.
Ons appartementje in Melbourne beviel daarna erg goed: lekker om even uit de camper te zijn en de ruimte te hebben. Met 3,5 miljoen mensen is Melbourne echt een grote stad maar toch voelt het niet zo. Het centrum is overzichtelijk en overal is veel ruimte en groen. We hebben natuurlijk lang niet alles gezien maar wel een glimp kunnen opvangen van het suburban life. Stomtoevallig liepen we Remco, een oude studiegenoot van Saskia, tegen het lijf tijdens het bestellen van een bagel en een dag later zaten we aan een echte Ozzie BBQ in zijn quarter acre-home.
Na twee weken Nieuw-Zeeland is het te vroeg om een oordeel over dit land te vellen. We hebben tot nu toe alleen op het Noord eiland gereisd en horen van iedereen dat het Zuid eiland mooier is. Onze eerste impressie? Auckland is een stuk internationaler en “stadser” dan we hadden gedacht; je hoort om je heen alle mogelijke talen en alles wat je wilt eten is te vinden binnen handbereik. De stad ligt prachtig tussen veel water en we hebben nog nooit zoveel dure zeiljachten bij elkaar gezien. Wat ons ook opvalt is dat de Maori veel meer een onderdeel van de (Pacific gerichte) cultuur zijn dan bijvoorbeeld de Aboriginals in Australië.
De natuur is hier prachtig met veel groen en mooie baaien met witte stranden en eilandjes voor de kust. Het landschap wisselt van tropisch tot heuvels met schapen. Het weer is echt “four seasons in one day” en helaas vaak te koud om buiten te eten. Dat is wel jammer maar gelukkig is onze camper groot genoeg om ook binnen te kunnen zitten.
Al met al vermaken we ons prima en zitten we echt lekker in de reis. We genieten erg van elkaar en de jongens, zijn relaxed en hebben alle tijd om naar de verhalen van Simon en Felix te luisteren. De komende maand gaan we genieten van al het moois wat Nieuw Zeeland ons te bieden heeft, met hopelijk een lekker zonnetje.











